Ik ben hypochonder. Ze kunnen mij geen medisch programma voorschotelen op TV of ik begin me, sluipend of juist als bij donderslag, te realiseren ‘DAT is ‘t!. DAT heb ik dus óók’. Onmiddellijk voel ik alle symptomen, die de patiënt of de specialist op de beeldbuis even daarvóór omstandig omschreef. Ik voel hún tintelingen in mijn benen of de verkleuring en zwellingen aan mijn voeten zijn identiek. Al naar gelang de ziekte of medische afwijking, die net op dat moment aan de orde is. Opeens bespeur ik dezelfde raspende pijn in de miltstreek als ik even buk, die ik nog niet kende vóór die uitzending. Je kunt de ziekte niet zo zeldzaam maken of ík heb de symptomen. Menigeen kent ‘Le malade imaginaire’ van Molière, ik ben de mediaal aangestuurde variant daarvan. Ik geef toe: volgens mij is dat gegeven op zich een ziekte. Bij een ander omschrijf ik die afwijking als Aanstelleritus, bij mijzelf wil ik ’t liever een vorm van hypersensitieve overgevoeligheid noemen. Als er rapportcijfers voor te behalen zouden zijn, zou ik tegen het Cum Laude-niveau aan schurken. Voeg daarbij dat ik mijzelf beschouw als behoorlijk kleinzerig, dan doemt toch langzamerhand het beeld op van een betreurenswaardig wezen. Een vorige huisarts noemde dat vriendelijkerwijs dat ik een lage pijnspiegel had, maar je zag ‘m intussen denken ‘Mens stel je niet zo kleinzerig aan’. Het is nog erger dan die huisarts dacht: ik haal mij ook permanent rampscenario’s rond mezelf op de hals die nergens op slaan, maar die vaste gegevenheden in mijn leven zijn. Ik beeld me namelijk in dat me op bepaalde momenten, op bepaalde plekken, bij bepaalde gelegenheden catastrofale dingen zullen overkomen. Zo weet ik dat ik ooit zal verongelukken in de bocht in de A2 als je vanaf het vliegveld naar beneden draait de Kruisberg af, ongeveer ter hoogte van de afslag Bunde. Vraag me niet hoe of waarom, maar ik wéét dat gewoon. Ik rijd in die bocht dan ook altijd ijselijk voorzichtig. Zo voorzichtig dat het verkeersgevaarlijk wordt. Ik wéét dat ik me ooit vreselijk zal verbranden aan kokende thee bij ’t opschenken ’s morgens. Niet ’s middags, nee ’s morgens. ’t Maakt me bij ’t opschudden zó zenuwachtig dat het opschudden hoogst onzeker wordt. Ik zal mij een keer levensgevaarlijk verwonden aan een keramisch keukenmes. Bijgevolg manoeuvreer ik zo stuntelig met die vlijmscherpe dingen dat ik bij elke snijexercitie een gevaar voor mezelf word. Ik weet dat ik ooit een attaque zal krijgen op de WC. Daarom maak ik van iedere poepsessie ongeveer een ontlastende yogaoefening teneinde overdruk te vermijden. Moet ik verder gaan? Ik kan die Molière met z’n Malade Imaginaire scripts voor een vervolgserie leveren, met veel meer afleveringen dan Goede Tijden Slechte Tijden. Wat is dat toch voor rare afwijking dat ik mezelf permanent allerlei vreselijke dingen zit aan te praten? Volgens mij gaat ‘t me te goed. Bij gebrek aan ernstige aandoeningen, verzin ik ze. Da’s een rare afwijking. Zie je? Ik ben dus écht ernstig ziek.
Meer berichten van Column
Nog voor november goed en wel gestart is, begint al jaren in heel Nederland een discussie over het feest van de Goedheiligman. Niet aangestuurd door de fabrikanten van pepern...
Het is natuurlijk niet nieuw; het verhaal van de melkboer die zijn melk aanlengde met water. Dat was in de tijd dat je gewoon bij Piet de melkboer aan de kar losse melk kocht. ...
Een gewone donderdagavond. Die we deze week opfleurden met een concertbezoek in Vaals. De mogelijkheid daartoe wordt regelmatig geboden door het CultuurFonds Wittem, dat al vel...
Meer berichten
Tijdens een feestelijke ceremonie heeft burgemeester Ramaekers op woensdag 26 november het Jongerenlintje van de gemeente Gulpen-Wittem uitgereikt aan twee uitzonderlijk betrok...
Schreeuwen, beledigen, intimideren, bedreigen? Limburg trekt een streep.
De BAGW groeit – en dat is hard nodig. Sinds maart 2025 zijn we uitgegroeid tot een sterke, kritische én opbouwende stem voor een open, eerlijke en toegankelijke lokale demo...