Tegenover ons huis staat een uit de kluiten gewassen boom. Hij bracht ons 40 jaar, fris lichtgroen, de boodschap dat de lente eraan kwam. Een wat kleinere boom ervóór kleurde er een donkerder groen contrast tegenaan, later aangevuld met een rode bessenzee. In de herfst gaven de twee een heel ander kleurenpalet: de grote helgeel, de kleine tooide zich in een rode bladerjas. ‘s Zomers gaven beiden een groen scherm, na de herfst vertelden de kale takken hoe winter het was. De twee bomen waren onze trouwe seizoenenklok. De laatste drie jaar ging ’t mis met de kleine boom. Eerst bleven veel takken het hele jaar kaal, later de hele boom. Hij verliest nu steeds dode takken op geparkeerde auto’s en dit jaar groeiden er elfenbanken op z’n stam. Het enige spannende is hoeveel jaar de gemeente nog wacht of dat een storm hem op een auto laat kiepen. Straks zal alleen de grote boom ons nog de stand van de seizoenen inkleuren. In z’n bovenste takken zit een groot nest, waarin elk jaar eksters hun intrek nemen. Ook dát hoort bij het stipte ritueel der jaargetijden. De hele winter wiegt de grote nestprop wat doelloos in de wind. In april verschijnt een eksterpaar en zorgt voor een dagelijks lentekijkspel, totdat het lentebladerdak hun nest verpakt en we alleen aan de foeragerende ouders kunnen zien of er achter de gesloten bladgordijnen een kraamkamer zit. Terwijl de kleine boom het traditionele beeld al danig verstoort, gooide het eksterpaar dit jaar óók nog ’ns de seizoenskalender in de war. Begin februari verschenen ze opeens in de boom. Ik zag ze druk overleggen en even later vlogen ze af en aan, nest in, nest uit. Ze hadden kennelijk de lente in de kop. Vraag me niet waarom. Misschien is net als de huizenmarkt ook de nestenbranche overspannen en kwamen de twee extra vroeg naar de OpenNest bezichtiging om er zeker van te zijn dat ze de concurrentie vóór waren. Ik had het koppel in de jaren daarvoor vaker bestudeerd bij hun nest-renovatie en vastgesteld dat ZIJ geen makkelijke was als ’t op nestinrichting aankwam. Telkens als hij met moeite een twijg had aangevlogen en in de nestwand had gefrunnikt, frunnikte vrouwlief ’t er even later weer uit en kieperde ’t kersverse bouwmateriaal over de rand van ’t nest. Vraag me niet waarom. Ik weet niet of ekstervrouwtjes last van moodswings hebben ten tijde van gezinsuitbreiding, of dat dit gewoon van nature een lastig eksterwijf is. Kan ook zijn dat HIJ er een is van de soort ‘Help mijn man is klusser’. Hoe dan ook, beiden hebben het lenteschema maar twee dagen door de war geschopt. Sinds een week hangt de nestprop weer eenzaam in de top en heeft ze zelfs de storm Eunice dapper doorstaan. Hij klust dus toch redelijk. Tot zover mijn raamstudie tijdens onze coronaquarantaine. Wie weet is hierna weer alles normaal en behangen die eksters alsnog de kinderkamer. In de lente. Zoals ’t hoort. Normaal. Ik ben er aan toe.
Françoise