“Leven en laten leven”, is een uitdrukking, die mij wel aanspreekt. Als we met z’n allen een beetje rekening met elkaar houden en als de één voor de ander af en toe, liefst op toerbeurt, een beetje opschikt, maakt dat het leven prettiger. Daar doe ik dus vaak van harte bij mee. Een beetje rekening houden met elkaar. Toen gehandicapten ons er op begonnen te wijzen, dat we bij de inrichting van onze woonomgeving vaak onvoldoende rekening met hén hielden en hen daardoor afsloten van veel voorzieningen en mogelijkheden, vond ik het prima om oude situaties aan hun behoeftes en wensen aan te passen en bij nieuwe ontwikkelingen rekening te houden met hen. Het vergt niet te veel van mijn voorstellingvermogen om te begrijpen, dat het voor hen belangrijk is om winkels en gemeentehuizen in te kunnen en om ruime en aangepaste toiletten te hebben. Soms gaat het om heel simpele dingen, waar je, letterlijk, niet bij stilstaat als je niet gehandicapt bent. Hoge stoepranden bijvoorbeeld, drempels. Wij stappen er, zonder nadenken overheen, de vrouw in de rolstoel staat er voor en moet op z’n minst allerlei toestanden uithalen om verder te kunnen. Hoe makkelijk om dan op de oversteekpunten van stoepen, de stoeprand te verlagen. Hoe simpel om in huizen de drempel gewoon weg te laten. Topsporters hebben vaak mijn bewondering omdat ze, door een ijzeren wilskracht, iets in zich ontwikkeld hebben dat ik nooit zal bereiken, maar daardoor prachtig vind om naar te kijken. Dat geldt eigenlijk te méér als in de gehandicapten-topsport atleten laten zien zie dat ze mét handicap dingen kunnen, waar valide sporters niet in slagen, laat staan wij. Dat er gelden en schijnwerpers naar hún Olympische spelen gaan, zo goed als naar de andere, vind ik dan ook een prima gedachte. Soms vergt het wat te véél van mijn begrip als ik vervolgens lees dat wij discrimineren omdat er geen faciliteiten zijn voor rolstoelparachutespringen en dat we de Ardennen niet toegankelijk maken voor rolstoelbergbeklimmen, maar wie weet komt dat óók nog wel eens. Net als op ’t vlak van genderonderscheiden. Lesbisch en homo zijn, betekende voor mij ‘anders zijn in relatievoorkeuren’. Niet mijn keuze, maar “leven en laten leven”, geef iedereen de kans om lekker te zijn wie ie is. Toen moest ik de term “LHBTI” gaan leren. Bij de Lesbiennes en Homo’s voegden zich de Bi’s, de Transgenders en de Interseksuelen. Daar werd het voor mij al veel ingewikkelder. Bij sommigen al omdat ik niet eens de juiste betekenis van het woord ken, laat staan dat ik onmiddellijk kon invoelen wat het probleem was als ik ‘goeienavond, dames en heren’ zei en vergat om daarbij ook ‘..en alle anderen…’ te zeggen. Dat heb ik nog niet eens goed in-geordend en dan blijkt ook “LHBTI” weer te beperkt. Ik moet “LHBTIQAPC” van buiten leren. Want ik discrimineer anders de “Queers”, de “Aseksuelen”, de “Panseksuelen” en de “Cisgenders”. Dat is waar bij mij “leven en laten leven” overgaat in “Discriminatie voor Hoger Opgeleiden”. D.V.H.O.
Françoise
(wordt vervolgd)