Françoise zat zich weer te vervelen. En heeft de lente in de kop. Vandaar 'n tussendoortje
Charel
Deze lente is na jaren weer een Merelkoppel begonnen aan een nestbouw in onze tuin. Vroeger kwam er elk jaar een Merel die dagenlang nest bouwde; takjes slepen, af en aan vliegen, broedtijd, voedtijd. Toen was er opeens een jaar dat een of andere vreemde ziekte vrouwtjesmerels velde. Daarna was het een paar jaar stil en kwam er af en toe een eenzame merel zijn lied fluiten. Misschien is deze wel één van de kleintjes, die in onze tuin geboren zijn en uit de klauwen heeft weten te blijven van de buurtkatten, die weten dat in onze tuin vaak een kakelvers vogeltje valt te verschalken. De huidige merel heeft nu zijn nest gebouwd in een struik die ik in een keurige bolvorm heb geknipt. Onze merel woont dus op stand. Penthouse in een bolwoning; dat hééft iets. We hebben deze merel Charel genoemd. Charel de Merel dat klonk wel passend. Charel heeft de boel goed op orde. In de tijd dat het sneeuwde heeft ie een tijd vorstverlet opgenomen, maar daarna zijn de bouwvakactiviteiten rond het nest weer volle pattaille opgepakt. Zijn vrouw verscheen uiteindelijk voor de verdere woninginrichting. Haar hebben we Caroline genoemd. Vraag niet waarom, waarschijnlijk gewoon omdat dat weer goed klonk bij Charel. Ik denk dat de verlovingstijd, de ondertrouw, trouwerij en wittebroodsweken er intussen opzitten en dat ma ’t kinderbedje intussen gevuld heeft, maar daar durf ik geen weddenschap over aan te gaan. Feit is dat het weer hartstikke spannend is in de tuin en we verheugen ons. Al was het maar voor de zangconcerten, die Charel regelmatig verzorgt. Aan de voorkant hebben we geen tuin, we hebben een klimstruik tegen de gevel opgroeien, ik weet de naam niet eens meer. Een klimdingsboems. Het is, net als de achtertuin, niet mooi, maar ’t is groen. Voor de rest is voren niks als het smalle vensterbankje onder het grote raam van de voorkamer, met voor de ruit in het midden een klein stangetje, waarschijnlijk bedoeld om iemand niet naar buiten te laten kukelen bij het ramen wassen. Op dat stangetje ontdekten we van de week een vogeltje. Een mus. Een doodgewone huis- tuin- en keukenmus. Maar wel eentje met een bijzondere tik. Letterlijk. ’t Domme beest dacht kennelijk dat ie zó de kamer in kon vliegen, wipte omhoog van dat stangetje en vloog in volle vaart tegen de ruit. Dat klonk zo hard dat we zeker weten dat ie er koppijn van kreeg. Maar ’t gekke beest blééf maar aanloopjes nemen en knalde onophoudelijk tegen de ruit. Dat herhaalde zich dagenlang. Vandaag ontdekten we dat een vrouwtjesmus zich had aangesloten en ze een nest bouwden in de klimdingsboems-struik. Gezellig. Alleen BLIJFT die mus regelmatig ijzerenheinig tegen de ruit aan vliegen. Een masochistisch musje, maar binnenkort dus onderhuurder. Tijd dat we ook voor hem een naam verzonnen. Maar ja, hoe noem je een mus die er kennelijk plezier inheeft telkens op dezelfde manier z’n hoofd te stoten? Opeens wisten we het. En sindsdien heet ie Hugo de Jonge.
Françoise
1 opmerking
Leuk
Opmerking plaatsen
Delen