Mijn kennis van de menselijke anatomie neemt de laatste jaren toe. Ik ontdek steeds meer botten, gewrichten en spieren, waarvan het bestaan me totaal onbekend was, maar ze melden zich nu één voor één met scheuten in de heup, de knie, de rug, schouders, nek en voeten. Vroeger zag je de oudjes om je heen stilaan verstijven, krom trekken, voorzichtiger gaan bewegen. Maar dat waren oudjes. Nu merk ik, dat ik stilaan verstijf, krom trek en voorzichtiger beweeg, maar zou niet weten waar dat aan kan liggen. Natuurlijk zou ik ’s morgens de knietjes kunnen optrekken en de armen strekken op commando van Olga Commandeur, die elke dag op TV haar naam eer aan doet. Maar dat programma is voor ouderen. Ik kan naar een fitnesscentrum gaan, maar ik ga geen modderfiguur slaan tussen huppelende hinden en knapen met afgetrainde schouderpartijen, dan lijk ik meteen zo oud. Ik fiets dus. Weliswaar op een foetelfiets, maar ik fiets. Als er geen motortje op m’n stalen ros zat, dan bleef ’t ros zelfs op stal. Bergaf kun je het dal nog in zoeven en denken dat je dertig bent, maar bergop stijgt je leeftijd met de meter. Tot je hijgend stil staat en je voortaan met de auto het dorp in rijdt. Praise the lord dus voor de foetelfiets. Maar nu ontdek ik dat regelmatige fietstochten mijn lichamelijk verval niet meer voorkomen. Opeens bedacht ik echter dat ik het nuttige met het noodzakelijke bewegen kon verbinden. Jullie weten dat ik bevriend ben met Munzer en Marwa met hun Syrische restaurant in Nijswiller. Die willen huis aan huis hun uitgebreide menukaart bij de bewoners van alle dorpen in de omgeving in de bus duwen. Als ik nu, náást het fietsen, af en toe een pak van die menu’s meeneem en onderweg in de bus mik bij mensen, houdt me dat in beweging, ik loop bergjes op om naar bussen van hoog liggende huizen te klimmen, ik sjouw tuin in tuin uit, ik buk méér naar de lage brievenbussen dan die oudjes bij Olga Commandeur. Kortom, het is extra functioneel bewegen voor ouderen. Olga gebruikt waterflesjes, ik bussen. Enig minpunt zijn de vele sadistische brievenbussen. Die je niet kunt vinden, of die zo’n rotbezempje ingebouwd hebben, waar je folder niet doorheen komt, of, nóg erger een tweede klep aan de binnenkant deur, zodat je menu dubbel gaat. Of van die sadisten die nadat je puffend een lange trap opgeklommen bent naar zo’n bus, zo’n NEE-NEE sticker erop geplakt hebben. Dat is minstens zo demotiverend als naar niks rennen op een loopband. Zeker als er achter zo’n bezem of dubbele klep waar je met moeite een menukaart in gefrommeld hebt, opeens een hond blijkt te zitten die de kaart naar binnen trekt en hem achter de deur grommend verslindt. Voor wie dacht, dat geen hond van Syrisch eten houdt: dat is dus gelogen. Maar ach, ik beweeg. Zonder Olga. Dan ben ik dus nog niet officieel oud. En neem ik die klootbrievenbussen op de koop toe.
Françoise