De laatste tijd zoemen het Insectenhotel en de Mergelhoop bij de molen bij Gronsveld door mijn hoofd, die, als onderdeel van het project ‘Maastricht Zoemt’, aandacht vragen voor De Bij. Ik moet eerlijk bekennen dat ik een groot deel van mijn leven bepaald weinig liefde voor die krengen heb gevoeld. Of het moest Maja De Bij zijn. Dat tekenfilmbijtje kon ermee door. Zeker toen ons overbuurmeisje met carnaval als Maja de Bij nóg vrolijker door de straat fladderde dan normaal. Als ik die Maja 40 jaar later tegenkom, denk ik nog steeds ‘Ha, Maja’, terwijl die intussen al lang bijtjes zal hebben, die op hun beurt al lang uitgevlogen zijn. Voor de rest haatte ik, als gezegd, dat hardnekkige zoemend gespuis, dat altijd nét op jouw stukje vlaai kwam zitten op een terras. Mensen die dan riepen ‘dat is geen bij, dat is een wesp’ maakten mijn afkeer niet minder. Voor mij is ’t steekspul mijn leven lang een hinderlijke bedreiging geweest. Ooit heb ik op zó’n beestje getrapt. Ik had een gat in mijn sok onder de voetzool en nét in dat gat trakteerde het geelzwarte kreng mij in zijn doodsteek op een snerpende pijn en een gezwollen voet. Dat nodigde niet uit om me aan te sluiten bij ‘Gulpen Zoemt’, zo die club al bestaan zou hebben toentertijd. Integendeel. Een tijd daarna ontdekte ik tussen de struiken in mijn achtertuin een groot gat in de grond, waaruit een onheilspellend geronk klonk, alsof er zich daar een agressieve marter of zo had ingegraven. Al snel begreep ik dat het bijen, of wespen, of varianten van die soorten waren. Een vrij constante wolk van dat vervaarlijk zoemende spul vloog in en uit dat gat. Het is intussen verjaard, ik durf ’t nu eindelijk te bekennen; ik heb toen met een krant, een behoorlijke scheut spiritus en een aansteker ervoor gezorgd dat Gulpen een stuk minder zoemde. Aangezien ik op die manier toen waarschijnlijk een heel volk heb uitgeroeid, zou ik heden ten dage als genocidaal te boek staan, maar ik weet dat er in de driekwart eeuw dat ik op deze aardbol rondloop een vrij permanente uitroeiingsslag van de bij heeft plaatsgevonden. Aan de ene kant met hoeveelheden pesticiden die de hele wereld vergiftigden, anderzijds met de consequente vernietiging van de natuurlijke leefomgeving van die beestjes, het uitbannen van bloemen, kruiden en plekken om te wonen. Een bevriend raadslid, een imker, legde mij vaker uit dat wij bezig waren de natuur en daarmee het leven op aarde te verschralen. Hij zei nog niet vernietigen. Maar mensen als hij wisten boeren en plantsoenendiensten zover te krijgen dat de oude bloemen weer terugkwamen in de bermen. Dat kruiden weer geurden, bijenkorven weer zoemden. En, bijvoorbeeld dankzij ‘Maastricht Zoemt’ mensen weer leren zorg te krijgen voor een natuurlijke omgeving. Waar ik, ouwerwets, van geniet. Zolang hij niet in een gat in mijn sok onder mijn voet sluipt laat ik de Bij nu in leven. Of de Wesp. Whatever, de Bij hoort erbij..
Meer berichten van Column
Nog voor november goed en wel gestart is, begint al jaren in heel Nederland een discussie over het feest van de Goedheiligman. Niet aangestuurd door de fabrikanten van pepern...
Het is natuurlijk niet nieuw; het verhaal van de melkboer die zijn melk aanlengde met water. Dat was in de tijd dat je gewoon bij Piet de melkboer aan de kar losse melk kocht. ...
Een gewone donderdagavond. Die we deze week opfleurden met een concertbezoek in Vaals. De mogelijkheid daartoe wordt regelmatig geboden door het CultuurFonds Wittem, dat al vel...
Meer berichten
Tijdens een feestelijke ceremonie heeft burgemeester Ramaekers op woensdag 26 november het Jongerenlintje van de gemeente Gulpen-Wittem uitgereikt aan twee uitzonderlijk betrok...
Schreeuwen, beledigen, intimideren, bedreigen? Limburg trekt een streep.
De BAGW groeit – en dat is hard nodig. Sinds maart 2025 zijn we uitgegroeid tot een sterke, kritische én opbouwende stem voor een open, eerlijke en toegankelijke lokale demo...