Vorige week vertelde ik van dat bordje dat bij de Molen van Gronsveld bovenop een berg mergelpuin geplant stond. Die mergelpuinhoop lag naast een groot ‘Insectenhotel’. En ik vertelde het vorige keer al: zet ergens een bordje neer en ik wil weten wat erop staat. Ik nam me voor op de terugweg bij dat bordje te stoppen. Ik zeg dan nog tegen mezelf ‘zo’n bordje hebben ze er niet voor niks gezet’, maar ik bedoel gewoon ‘Ik moet, gedomme, weten wat er op dat bordje staat’. Zeker als het op een hoop puin staat die men daar kennelijk expres langs de weg heeft gestort. Het bordje op de puinhoop was redelijk kort. ‘Maastricht zoemt’ stond erop en erboven het email-adres van een zekere . Het oud-Maastrichtse gezegde ‘Mestreech is neet breid, maar lááánk’ leek niet van toepassing op Mestreech zoemt. Ik bleek echter niet breid genoeg gekeken te hebben, de lááánge tekst stond op de zijkant van het insectenhotel: de berg puin, stond er, was een ‘Bijenhotspot’. Het was niet zomaar een hoop mergelpuin maar was zorgvuldig samengesteld uit drie grondsoorten uit de buurt: mergel, nestelleem en stol. Dat bleek uitstekend geschikt als woonplaats voor de solitaire bij. Ik heb m’n leven lang ’t beeld gehad dat bijen per definitie met hele volken bij elkaar klonteren en ergens in zo’n vervaarlijk zoemende bal van kunstig gebouwde honingraten de buurt de stuipen op het lijf jagen. ‘Maastricht Zoemt’ maakte me nu duidelijk dat er in Maastricht wel 180 soorten wilde bijen voorkomen en dat de meeste soorten op hun uppie gangetjes en broedkamertjes in de grond graven, mits er voldoende voedsel, lees nectar en stuifmeel, lees bloemetjes in de buurt is en de zon hun ondergrondse kraamkamers voldoende kan verwarmen. Vandaar dat die berg met voldoende kale plekken pontificaal in ’t zonnetje en dus ‘t zicht ligt. Weer wat geleerd. Dankzij ‘Maastricht Zoemt’. En dat is ook de bedoeling. Ze hebben verspreid over de stad 10 bijenhotspots liggen, die ze samen met buurtbewoners en scholen beheren. Da’s andere koek dan het verhaal van de bloemetjes en bijtjes, dat ík in mijn jeugd leerde. Dat alleen gebruikt werd omdat we toen nog niet ‘neuken’ mochten zeggen en voor mij niet zo beeldend werkte omdat stampertjes en meeldraadjes er heel anders uitzagen dan vaginaatjes en lulletjes en een bijenprik geen echte oerdrang opleverde om óók eens geprikt te worden. Mijn generatie greep dan ook naarstig de DDT-spuit en bande de bij. Ze deed dat ook zonder die spuit, want overal verdwenen de bloemen. En de bijen erbij. Met alle gevolgen vandien voor de biodiversiteit. Omdat ’t ene plantje er niet is, kan ’t andere beestje niet leven en heeft ’t vogeltje geen voedsel en de kat geen prooi. Pas de laatste decennia komt, zoals op zoveel terreinen het besef dat wij, door onze manier van met de wereld omgaan, de wereld in rap tempo verschralen tot een kale, onleefbare bol. En daarom zoemt Maastricht. Neet breid maar lááánk. Dus volgende keer méér.
Meer berichten van Column
Nog voor november goed en wel gestart is, begint al jaren in heel Nederland een discussie over het feest van de Goedheiligman. Niet aangestuurd door de fabrikanten van pepern...
Het is natuurlijk niet nieuw; het verhaal van de melkboer die zijn melk aanlengde met water. Dat was in de tijd dat je gewoon bij Piet de melkboer aan de kar losse melk kocht. ...
Een gewone donderdagavond. Die we deze week opfleurden met een concertbezoek in Vaals. De mogelijkheid daartoe wordt regelmatig geboden door het CultuurFonds Wittem, dat al vel...
Meer berichten
Tijdens een feestelijke ceremonie heeft burgemeester Ramaekers op woensdag 26 november het Jongerenlintje van de gemeente Gulpen-Wittem uitgereikt aan twee uitzonderlijk betrok...
Schreeuwen, beledigen, intimideren, bedreigen? Limburg trekt een streep.
De BAGW groeit – en dat is hard nodig. Sinds maart 2025 zijn we uitgegroeid tot een sterke, kritische én opbouwende stem voor een open, eerlijke en toegankelijke lokale demo...