Van de week moest ik in het ziekenhuis zijn. Het was voor een flutonderzoekje dus dan neem je de tijd om wat rustig om je heen te kijken. Een trip richting ziekenhuis Maastricht neem ik altijd binnendoor langs de molen van Gronsveld en daar valt in alle jaargetijden wel wat interessants te zien. Het VVV Zuid-Limburg zou het in haar ‘brandingpapers’ kunnen opnemen onder ‘Visit Maastricht Hospital’, fotootje van ‘Sky over the Enci’ erbij en ready is the paper. Langs die route ben ik de laatste jaren al menigmaal gestopt om fleurige bloembermen te fotograferen. Soms eindeloze rode linten van klaprozen, soms uitgestrekte stukken met allerlei bloemen erin. Van zonnebloem tot korenbloem en alle kleurschakeringen die je daar tussenin kunt bedenken. Een fleurige verademing, die bij mij associaties oproept aan mijn kinderjaren als wij vóór de Sacramentsprocessie met alle kinderen van de buurt in de paar zeldzame auto’s van de straat naar het buitengebied van Roermond getransporteerd werden om bloemen te plukken, waarmee de veelkleurige zaagseltapijten voor het allerheiligste werden versierd. Voor onzelieveheertje vertrapten wij hele korenvelden, waar toen nog écht veel korenbloemen in stonden. En er was geen boer die daarom uit protest met zijn tractor de Kerkstraat blokkeerde. a. Hij had toen nog geen tractor, b. het was voor De Heer en die had toen in Limburg méér te vertellen dan de De Boer. Afijn, ik wilde eigenlijk alleen vertellen dat dat weggetje langs de molen Gronsveld een zalige route is, waarlangs je echt kunt genieten van ons paradijselijke woonplekje. Dit keer viel mijn oog op iets nieuws langs de weg. Een grote gekantelde vierkante kast op palen, onderverdeeld in vier vakken, waarbinnen, gestapeld, takjes, blokjes met gaatjes erin, dikke paaltjes, dunne paaltjes. Tegenwoordig moeiteloos te herkennen als ‘Insectenhotel’. Dat we die dingen onmiddellijk herkennen is al een goed teken, want dat komt omdat ze op steeds meer plekken staan. Het hotel bij de molen was een hele grote. Eén vak was nog leeg. Toen ik dichterbij kwam zag ik dat op de bodem van dat vak dan ook keurig ‘leeg’ geschreven stond. Waarschijnlijk aanwijzing voor de bijen. Een bouwterrein waar wij mensen dan een bord van de makelaar bij zetten. Bijen hebben dat niet nodig. Als één bij die lege bouwplaats ziet, haalt bij één de rest bijeen en in een mum heb je een bijenBijlmer. Dit keer lag er naast het insectenhotel een gigantische hoop mergelpuin. Ik had daar nooit een mergelbouwwerkje zien staan, dus de normale eerste gedachte ‘Goh, ze hebben weer eens iets vernield langs de weg’ liet ik onmiddellijk schieten. Gedachte twee was ‘Gats, ze moesten hun puin weer zo nodig kwijt’. Ook dát is langs dat weggetje geen heel vreemde gedachte, want ik heb daar al eens complete bankstellen in de berm gefotografeerd, dus waarom niet de restanten van een mergelmuurtje. Er leek echter toch wat anders aan de hand. Bovenop de berg prijkte een keurig bordje. En, je kent me: dan stop ik. Volgende keer vertel ik wat erop stond.
(wordt vervolgd)