Wie vaker in Aken komt, ziet ze: het grote aantal bedelaars en zwervende, zwalkende mensen. Mannen zowel als vrouwen, meestal in hun eentje, soms in groepjes samenklittend. Mij geeft het vaak een ongemakkelijk gevoel als je zo iemand, met zo’n blik in de ogen van ‘help me’, voorbijloopt. Ik weet het, bij menigeen is die blik bewust aangedikt in de wetenschap ‘hoe wanhopiger ik eruit zie, hoe meer kans op een aalmoes’. Maar blikken, waarin zelfs dat niet meer zit, zijn volgens mij er nog erger aan toe. Bestudeerd bedelen getuigt nog van initiatief. Soms leent een vrouw een baby of groezelig ogend kindje met een schattige krullekop om het beeld zieliger te krijgen. Feit blijft dat Aken steeds meer armen op de stoepen lijkt te hebben zitten, vaak in weer en wind. Op een plasticje, een deken omgeslagen, soms met naast zich hun hele hebben en houwen in een plunjezak, doorgaans een fles in de hand. Het ongemak als je ze passeert zit vaak extra in het moment, dat ze je aanspreken ‘Mevrouw heeft u wat kleingeld over?’. ‘Omdat ze een slaapplaats moeten hebben, dat er kinderen ziek thuis zitten, dat ze iets te eten willen hebben’. Als je ‘Nee’ schudt of tegen ze liegt dat je niks bij je hebt, ga je met een pijnlijk schuldgevoel aan ze voorbij. Wie op die plek op de stoep belandt is aan het eind van z’n alternatieven. Al zijn er ook in die categorie gradaties. Er zijn er nog die actie ondernemen om aan de kost te komen. Die zie je met grote zakken vol lege statiegeldflesjes of -blikjes de vuilnisbakken afstropen. De heel professionelen hebben een lange haak bij zich, waarmee ze de putjes opentrekken bij vuilniszuilen met een ondergrondse container, zodat ze, plat op de stoep liggend, ook daar hun handelswaar uit kunnen vissen. Ik heb er hele vindingrijke gezien, die met een hengeltje met een magneet eraan de muntjes uit de bron visten die de toeristen erin gooien omdat dat geluk brengt. Die zwervers brengt het geluk. De meesten volstaan hoogstens met een bordje. ‘Ich habe hunger’. Ik heb eentje, die zo voor een broodjeszaak zat, ooit gevraagd welk broodje ie wilde, maar hij wilde geen broodje, hij wilde geld. Waarschijnlijk om een andere fataler honger te stillen. Van de week zat er eentje vlakbij het terras van Mc Donalds. Op het terras luidruchtige Engels sprekende jongeren. Een jongen en een meisje dreven, dacht ik, fluisterend de spot met de man op de stoep. Opeens liepen ze op de man af. ‘Hey you, come wit us. You can chose what you want’ De man keek niet begrijpend omhoog, maar ging mee naar binnen. Hij koos een blad vol met heerlijkheden en zat even later prinsheerlijk op het terras, zodat hij zijn dekentje en tas in de gaten kon houden. Even in de hemel. De Mc. Donalds hemel. Big Mac: big smile. En die jong en dat meisje liepen weer lawaai makend met hun groepje de stad in. Die rotjeugd.
Meer berichten van Column
Nog voor november goed en wel gestart is, begint al jaren in heel Nederland een discussie over het feest van de Goedheiligman. Niet aangestuurd door de fabrikanten van pepern...
Het is natuurlijk niet nieuw; het verhaal van de melkboer die zijn melk aanlengde met water. Dat was in de tijd dat je gewoon bij Piet de melkboer aan de kar losse melk kocht. ...
Een gewone donderdagavond. Die we deze week opfleurden met een concertbezoek in Vaals. De mogelijkheid daartoe wordt regelmatig geboden door het CultuurFonds Wittem, dat al vel...
Meer berichten
Tijdens een feestelijke ceremonie heeft burgemeester Ramaekers op woensdag 26 november het Jongerenlintje van de gemeente Gulpen-Wittem uitgereikt aan twee uitzonderlijk betrok...
Schreeuwen, beledigen, intimideren, bedreigen? Limburg trekt een streep.
De BAGW groeit – en dat is hard nodig. Sinds maart 2025 zijn we uitgegroeid tot een sterke, kritische én opbouwende stem voor een open, eerlijke en toegankelijke lokale demo...